Oudkerkslavisch
2009-10: Oudkerkslavische taal en cultuur
Deze site is gecodeerd in Unicode UTF-8 en kan ook via Blackboard worden benaderd. Klik hier om binnen Blackboard een nieuw venster te openen.
Achtergrondinformatie
De benaming 'Oudkerkslavisch' bevat drie componenten: een chronologische ('Oud-'), een functionele ('-kerk-') en een genetische ('-slavisch').
- Chronologisch: Het Oudkerkslavisch is de oudste overgeleverde Slavische schrijftaal. Het is bewaard gebleven in ongeveer twee dozijn handschriften en enkele tientallen inscripties uit grofweg de tiende en elfde eeuw.
- Functioneel: De functie van de Oudkerkslavische schrijftaal beperkt zich tot de christelijk georiënteerde levenssfeer. Nagenoeg alle handschriften bevatten bijbelse, liturgische of andere religieuze teksten. Bijna alle teksten zijn vertalingen uit het Grieks.
- Genetisch: Het Oudkerkslavisch behoort tot de Zuidslavische taalgroep. Niet alleen de taalkenmerken in de handschriften, maar ook de historische gebeurtenissen die tot opkomst en bloei van de eerste Slavische schrijftaal hebben geleid, geven aan dat het Oudkerkslavisch het meest verwant is met het huidige Macedoons en Bulgaars.
Het Oudkerkslavisch geldt als het uitgangspunt voor de historisch-vergelijkende studie van de Slavische taalfamilie. Het is enerzijds een van de belangrijkste bronnen voor de reconstructie van het Oerslavisch, anderzijds de voorloper van regionale schrijftradities (Middelbulgaars, Kroaats-Glagolitisch, Russisch-Kerkslavisch e.a.) en daarmee tegelijkertijd een belangrijk bestanddeel van de verschillende moderne Slavische schrijftalen. Dit geldt beslist ook voor het Russisch, waar de Kerkslavische schrijftraditie diepe sporen heeft achtergelaten in de moderne standaardtaal.
De cursus
De cursus biedt in hoog tempo een kennismaking met de grammatica en cultuurgeschiedenis van het Oudkerkslavisch. De onderwerpen die op college achtereenvolgens worden behandeld zijn in grote lijnen:
- de cultuurhistorische context
- periodisering en bronnenmateriaal
- foneemsysteem en orthografie
- interne fonologische ontwikkelingen
- het presens en Leskiens classificatie van het verbum
- aoristus en het imperfectum
- de overige werkwoordsvormen
- nominale vormen
- pronominale vormen en 'gemengde' declinatie
- participia
Als handboek gebruiken we hierbij: Jos Schaeken & Henrik Birnbaum, Die altkirchenslavische Schriftkultur: Geschichte - Laute und Schriftzeichen - Sprachdenkmäler (mit Textproben, Glossar und Flexionsmustern) (= Altkirchenslavische Studien II, Slavistische Beiträge 382). München: Sagner, 1999.
- Klik hier voor de site van Altkirchenslavische Studien
- Klik hier voor een beknopte aanvulling "Tabellen Oudkerkslavisch-Russisch: het nomen"
- Klik hier voor een beknopte aanvulling "Oudkerkslavisch-Russisch: het verbum"
Het uiteindelijke doel van de cursus is om oudere Kerkslavische teksten te kunnen lezen met behulp van een woordenboek. Hieraan wordt tijdens de colleges ruim aandacht geschonken. Begonnen wordt met Lucas 11: 1-13 (het Onze Vader) volgens de Codex Marianus (blz. 158-160 van de "Textproben"). Iedere week bereidt de student(e) uitvoerig enkele verzen voor die op college zullen worden besproken. Met 'uitvoerig' wordt bedoeld:
- Vertaal de van tevoren opgegeven zinnen zo nauwkeurig mogelijk, hierbij gebruik makend van het "Glossar" (blz. 187-216) en, indien van toepassing, van een Nederlandse bijbel.
- Geef bij elk werkwoord de infinitief en Leskiens werkwoordklasse: I, II, III, IV of V (corresponderend met de tabellen XIVa-c, XV en XVI op blz. 233-237 van de "Flexionsmuster").
- Geef bij elk substantief het geslacht, de nominatief singularis en de historische stamklasse ( o-stam, s -stam, enz.; zie de tabellen Ia-d, IIa-d en IIIa-d op blz. 218-224 van de "Flexionsmuster").
- Geef bij elk adjectief en deelwoord aan of het een lange of korte vorm betreft (zie de tabellen IVa-b, Va-b, VIa-c, VIIa-c, VIII, IX en X op blz. 225-228 van de "Flexionsmuster").
Locatie en rooster
De cursus wordt gegeven in zaal 006B van Matthias de Vrieshof 2, in het 'WSD [Witte Singel Doelen]-complex' (klik hier voor een plattegrond).
Er zijn 11 bijeenkomsten gepland op de vrijdagen van 11.15 tot 13.00 uur. De eerste bijeenkomst vindt plaats op 11 september.
Toetsing
De cursus wordt aangeboden voor 10 ects als regulier onderdeel van het masterprogramma Slavische talen en culturen. Voor bijvakstudenten kan in overleg met de docent maatwerk worden geleverd.
De toetsing bestaat uit een mondeling tentamen dat uit twee delen bestaat:
- Ten eerste wordt de kennis van het Oudkerkslavisch getoetst aan de hand van de tijdens de college-cyclus gelezen teksten, zijnde "Textprobe" II.2 ("Aus dem Codex Marianus") en een deel van II.1 ("Aus dem Codex Zographensis"). Hierbij staat niet zozeer de vertaling centraal alswel het kunnen identificeren van vormen (aoristus, imperatief, u-stammen, werkwoorden van klasse V, enz.). Ook zullen er vragen worden gesteld op het gebied van de orthografie, de historische fonologie en de cultuurhistorische context.
- Ten tweede wordt een aanvullend leesdossier getoetst, en wel langs de lijnen die hierboven zijn aangegeven. Het leesdossier bestaat uit het restant (d.w.z. het niet op het college gelezen deel) van "Textprobe" II.1 alsmede II.3 ("Aus dem Codex Assemanianus und der Savvina Kniga"), II.7 ("Aus dem Psalterium Sinaiticum") en IV.3 ("Aus dem Codex Suprasliensis").
Verdere literatuur
Zie het "Literaturverzeichnis" van Die altkirchenslavische Schriftkultur, in het bijzonder:
- Grammatica's: Diels (1963, 2e druk), Duridanov e.a. (1993, 2e druk), Lunt (1974, 6e druk of nog later), Seliščev (1951-52), Vaillant (1963-64, 2e druk), Vondrák (1912, 2e druk), Van Wijk (1931)
- Woordenboeken: Slovník jazyka staroslověnského (1966-97), Staroslavjanskij slovar' (1994), Sadnik & Aitzetmüller (1955)